Airbnb is opgericht in 2008 en biedt op internet de gelegenheid om privé-accommodatie, zoals vakantiewoningen, huizen en appartementen, te huur aan te bieden en te boeken. Inmiddels wordt hiervan in meer dan 190 landen gebruik gemaakt en wordt accommodatie aangeboden in meer dan 33.000 steden. Het gebruik van Airbnb heeft sinds de oprichting een hoge vlucht genomen. Met name in de grote steden. Aan verhuurders daarom de tip om ter voorkoming van verhuur via Airbnb de ‘Algemene bepalingen huurovereenkomst woonruimte’ die op internet te vinden zijn, van toepassing te verklaren op de huurovereenkomst. De rechtspraak is namelijk vooralsnog niet eenduidig.

De Rechtbank Amsterdam lijkt verhuur via Airbnb, wanneer zulks voldoende wordt aangetoond, te kwalificeren als een tekortkoming die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Maar de Rechtbank Rotterdam oordeelde in een recente uitspraak dat met het verbod om de woning te verhuren aan derden deze vorm van onderverhuur – voor korte duur en aan toeristen die elders hun hoofdverblijf hebben, terwijl de huurder zelf de woning blijft bewonen – niet beoogd is. Alhoewel de rechtbank meent dat desondanks sprake is van een tekortkoming, rechtvaardigt deze tekortkoming nog geen ontbinding. Het feit dat de huurder van een sociale huurwoning, voor de gedeeltelijke verhuur van zijn woning meer huur ontvangt via Airbnb dan dat hij zelf aan zijn verhuurder verschuldigd is, is volgens de kantonrechter onvoldoende om de overeenkomst te ontbinden.

Kortom, zo lang in de rechtspraak nog geen eensluidend standpunt is ingenomen over deze vorm van onderhuur, doen partijen er verstandig aan in een huurovereenkomst duidelijke afspraken te maken over verhuur via Airbnb of vergelijkbare short-stayverhuur.